Kabinet Jetten wil de vergoeding voor ongecontracteerde zorg afschaffen en de NVZ stuurt een brandbrief over ‘zorgelijke uitdijing van het medisch specialistische landschap’. Tegelijk blijven de wachtlijsten groeien en is er rumoer over winstuitkeringen. Wat is waar, wat is onwaar en wat is de gulden middenweg? Hoogleraar gezondheidseconomie Marcel Canoy en zorgbestuurder Bas Wilkes bespreken hoe we ons zorgsysteem innovatief, toegankelijk en betaalbaar houden.
Wat is er mis met winst?
Een half jaar geleden pleitte de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) in een brief aan de Tweede Kamer voor een herijking van het winstuitkeringsverbod.1 Een vreemd verzoek volgens Marcel Canoy: “Apothekers, ziekenhuizen, artsen en zorgverzekeraars maken allemaal winst. De controverse ontstaat pas bij de vraag of je winst mag uitkeren.” Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU en daarnaast onder meer werkzaam als economisch adviseur bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). In deze laatste hoedanigheid maakte hij onlangs een podcastserie over winst in de zorg.2 “Een van de lessen uit deze podcast is dat markten met zowel winstgerichte als niet-winstgerichte aanbieders vaak beter functioneren dan markten met uitsluitend één van beide typen aanbieders. De reden is dat beide partijen elkaar scherp houden.”
Cowboys of innovators?
“Vergeet ook niet dat sommige partijen die winst maken, eerst bijvoorbeeld tien jaar verlies hebben gedraaid”, vult Bas Wilkes aan. “Wanneer ze dan eindelijk een rendement van 20 procent hebben, is het een beetje vreemd om daar kritiek op te hebben en ze als ‘cowboys’ weg te zetten.” Wilkes was jarenlang bestuurder bij een grote zelfstandige behandelkliniek (ZBC) en richtte vier jaar geleden samen met een partner Abaud op, een organisatie die zorgpartijen onder meer helpt bij strategische vraagstukken, zorginnovatie en relaties met zorgverzekeraars.
“Wij spreken vaak ZBC’s over dit onderwerp”, vertelt Wilkes. “Er bestaan veel misvattingen over winstuitkeringen en ongecontracteerde zorg door ZBC’s.” Dit laatste werd ook in de brief van de NVZ aangekaart, waarbij werd gepleit om te stoppen met ongecontracteerde zorg bij ZBC’s die niet gebonden zijn aan afspraken in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Een oproep die gehoord lijkt te zijn door het kabinet Jetten, dat in 2029 de vergoeding voor ongecontracteerde zorg volledig wil schrappen.
“Vaak is het aanbieden van ongecontracteerde zorg voor ZBC’s een noodzakelijk kwaad”, aldus Wilkes. “Als je een voorstel krijgt waarbij per definitie de groei gemaximeerd wordt, betekent dit dat je je plannen niet kunt realiseren en je gedwongen wordt om uit te wijken richting ongecontracteerde zorg.” Wilkes wijst daarnaast op de innovatieve rol die ZBC’s en nieuwe toetreders op de zorgmarkt vaak hebben.
Zwemmen met dolfijnen
“Ik wil hier wel iets aan toevoegen”, haakt Canoy in. “Niet alle partijen die ongecontracteerde zorg aanbieden, doen dit onvrijwillig. Helaas zijn er ook partijen die misbruik van het systeem maken en zorg zonder enigewetenschappelijke onderbouwing aanbieden, zoals zwemmen met dolfijnen om van je verslaving te genezen. Momenteel zorgt artikel 13 van de zorgverzekeringswet, waarin staat dat Nederlanders recht hebben op vergoeding van ongecontracteerde zorg, ervoor dat deze partijen daarmee wegkomen. Ik ben het eens met Bas dat we niet alle innovatie de nek om moeten draaien door artikel 13 helemaal te schrappen. Ook kun je niet van zorgverzekeraars verwachten dat ze elke nieuwe toetredende partij meteen een vast contract voor enkele jaren geven. We moeten een middenweg tussen die verschillende zaken zien te vinden.”
Wilkes nuanceert het bovenstaande beeld wat: “Wij werken veel met ZBC’s en verslavingsklinieken en herkennen dit in de praktijk niet als een breed patroon. Uiteraard zijn er partijen die de randen van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet opzoeken, maar voor buitenlandse zorg gelden bovendien vaak al aanvullende machtigingsvereisten vanuit zorgverzekeraars.”
Rol van de verzekeraars
Hoe toch een middenweg te vinden tussen innovatie en misbruik van het systeem?
“Geef zorgverzekeraars bijvoorbeeld een vrij te besteden percentage rond de 2% om te investeren in preventie en innovatie”, aldus Canoy. “Zonder dat ze direct worden afgerekend op de reguliere criteria van de zorgverzekeringswet. Dan kunnen ze innovatie financieren zonder meteen in die ongecontracteerde ‘schimmige hoek’ terecht te komen.” Ook Wilkes denkt dat hier een rol van de verzekeraars kan liggen: “Tijdens zorgcontractering kunnen verzekeraars dit gesprek met zorgaanbieders voeren. Daarbij hoeft het niet steeds over de prijs van een diagnose-behandelcombinatie (DBC) te gaan. Laten we het gesprek vaker over uitkomsten voeren, daar hebben patiënten uiteindelijk ook het meeste aan.” Canoy sluit af met een optimistische noot: “We hebben het meest solidaire zorgstelsel ter wereld. Er is geen ander land waar mensen zo weinig zelf betalen voor hun zorg. We moeten dus zeker het kind niet met het badwater weggooien, maar hoogstens hier en daar wat aanpassen om het nog beter te maken.”
Referenties:
- Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. (2025, 8 december). Oproep tot urgente actie: winstlek en groei zbc’s bedreigen toegankelijkheid van zorg. Brief aan de minister van VWS en fractievoorzitters. Tweede Kamerstuk 2025Z22413 / 2025D53083.
- Lessen van podcastmakers ‘Winst is mij een zorg’, zie: https://www.acm.nl/nl/publicaties/lessen-van-podcastmakers-winst-mij-een-zorg


