Een eerlijke box 3-heffing blijkt lastig

De nieuw in te voeren Wet werkelijk rendement box 3 draait om een principevraag. Of de belastingdienst mag uitgaan van een ‘fictief’ vermogensrendement dat voor iedere belegger geldt, of van wat individuele beleggers werkelijk hebben verdiend op hun kapitaal. In 2001 werd het ‘fictieve rendement’ van staatssecretaris Vermeend ingevoerd. De belastingdienst ging uit van 4% rendement per jaar en hief daar belasting over. Dat was een haalbaar percentage en betrekkelijk eenvoudig om te berekenen en te innen. Tijdens de financiële crisis rond 2008 kwam er protest. Spaarrentes waren zo laag geworden dat 4% rendement niet realistisch meer was. Uiteindelijk splitste staatssecretaris Wiebes in 2016 de vermogens in spaargeld en beleggingen, waarbij het spaargeld lager werd belast. Het rendement was nu dubbel fictief, want de verdeling tussen spaargeld en beleggingen werd ook van hogerhand bepaald. Zoveel fictie was uiteindelijk onhoudbaar en in 2021 heeft de Hoge Raad er na massale klachten van beleggers in het beruchte Kerstarrest een eind aan gemaakt. De belastingheffing moest ‘eerlijker’ 

Door Hans Nieuwenhuis

 

 

 

 

Nog geen gelijkheid 

De vraag is nu hoe dit haalbaar is in te voeren. Het wordt lastig om de winsten op elke vermogenscategorie jaarlijks te belasten. Voor liquide vermogen zoals spaargeld, obligaties, aandelen en crypto gaat dat nog wel, maar voor flink in waarde gestegen vastgoed kan de aanslag zo oplopen dat voor de betaling vastgoed zou moeten worden verkocht. De minister wil daarom een uitzondering voor illiquide vermogens, waaronder ook beleggingen in familiebedrijven en startups. Die zouden alleen moeten worden aangeslagen als het belang wordt verkocht.  

Dat schept nieuwe ongelijkheid. Waarom dan wel elk jaar belasting betalen over aandelen die uiteindelijk misschien toch met verlies worden verkocht? Zo werkt het in de Verenigde Staten en bijna overal. De beroemde Warren Buffet houdt zijn aandelen daarom zo lang mogelijk vast.  

 

Eenvoud   

Afgezien van deze kwestie zijn er algemenere problemen. Het belastingpercentage wordt meteen flink verhoogd naar 36% procent van het rendement en het heffingsvrije vermogen van bijna 60.000 euro vervalt. Dat kan speculatieve beleggingen met hoge rendementen en grotere risico’s in de hand werken. Aan de andere kant kan het kleine spaarders juist ontmoedigen. De vraag rijst wat al die wijzigingen vanaf 2001 uiteindelijk hebben opgeleverd. Was het vóór die tijd niet gewoon eerlijker en simpeler? Het vermogen werd belast met 0,008 procent per jaar, ongeacht hoe dat was opgebouwd. Dividend en rente werden bij de inkomstenbelasting geteld. Details kunnen worden aangepast, maar principieel lijkt er toch weinig tegenin te brengen.  

 

Leuk artikel?

Share on Facebook
Share on Twitter
Share on Linkdin
Share on Pinterest

Laat een reactie achter

Gerelateerde Artikelen

Ontvang het laatste nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

En mis nooit meer een artikel.