Kabinet Jetten wil vanaf 2029 de vergoeding voor ongecontracteerde zorg volledig schrappen. Tegelijkertijd zet het in op een terugkeer van de restitutiepolis. Wat betekenen deze veranderingen voor ons zorglandschap? Xander Koolman, gezondheidseconoom aan de Vrije Universiteit Amsterdam, schijnt zijn licht over de nieuwste ontwikkelingen. “Het blijft in Nederland vaak een beetje lapwerk.”
Artikel 13 van de Zorgverzekeringswet is er vrij helder over: Nederlanders hebben recht op vergoeding van ongecontracteerde zorg door hun zorgverzekeraar. Deze vergoeding mag bovendien niet zo laag zijn dat er een ‘hinderpaal’ ontstaat voor verzekerden. Toch wilde het kabinet Rutte II de vergoeding van ongecontracteerde zorg al sterk beperken, een plan dat in 2014 uiteindelijk sneuvelde in de Eerste Kamer. Vervolgens werd er rond2017 onder leiding van Minister Hugo de Jonge enkele “ontmoedigende” beleidsmaatregelen voor ongecontracteerde zorg ingesteld.
Laag-complexe zorg
“Het (deels) vergoeden van ongecontracteerde zorg heeft met name in twee sectoren tot ongewenste effecten geleid”, aldus Xander Koolman, “de thuiszorg en de GGZ.” Thuiszorginstellingen gingen zich voornamelijk op zorg aan het bed richten, met zo min mogelijk reistijd. Die zorg konden ze volledig declareren, zodat ze met de 60 à 80%vergoeding voor ongecontracteerde zorg een prima businessmodel konden hebben.”
In de GGZ gebeurde iets soortgelijks: “Door zich hoofdzakelijk op laag-complexe zorg te richten, konden ook GGZ-instellingen prima uit de voeten met een vergoeding van 60 à 80%”, aldus Koolman. “Dat betekende de facto dat ze zich konden onttrekken aan de sturing van de zorgverzekeraars. Ze hadden meer vrijheid dan partijen die gecontracteerde zorg leveren, zonder dat ze er financieel veel last van hadden.” Dat het zorgverzekeraars maar niet lukte om de GGZ richting patiënten met complexere problemen te sturen, was een belangrijke motivatie voor Minister De Jonge’s “ontmoedigingsbeleid” rond 2017. Inmiddels zijn we zo’n negen jaar verder en zijn de ontwikkelingen in de GGZ en thuiszorg grotendeels een halt toegeroepen. Nieuwe zorgpartijen wakkeren de discussie echter weer aan.
ZBC’s
“De laatste jaren zien we veel groei bij zelfstandige behandelklinieken (ZBC’s) die eigenlijk hetzelfde model hanteren als veel GGZ-aanbieders deden”, aldus Koolman. “Ze proberen om zonder de contracten toch een rendabel businessmodel op te zetten, waardoor ze zich onttrekken aan de controle en de sturing vanuit zorgverzekeraars.” Koolman vraagt zich echter af of het volledig afschaffen van een vergoeding voor ongecontracteerde zorg, in combinatie met herinvoering van de volledige restitutiepolis, een goede oplossing voor deze uitdagingen is.
Solidariteit
Koolman: “Het zou kunnen betekenen dat de keuzevrijheid alleen maar overblijft voor het rijkere gedeelte van de bevolking, die via een restitutiepolis alle zorg zou kunnen blijven gebruiken. Dat strijkt in tegen het Nederlandse principe van solidariteit. Daarnaast zou het betekenen dat de innovatiekracht van de zorgaanbieders enorm beperkt wordt. Voor nieuwe aanbieders is het dan bijna niet meer mogelijk om de markt nog te betreden.” Overigens denkt Koolman dat de soep weleens niet zo heet gegeten zal worden: “Ons nieuwe kabinet is een minderheidskabinet, dus we moeten nog maar zien wat er gerealiseerd kan worden. Sowieso bestaat er geen financieringsmodel dat alle uitdagingen in de zorg voor altijd oplost. Het blijft vaak bij lapwerk.”
