Heeft beleggen in Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen nog toegevoegde waarde? Zijn er specifieke kwaliteiten die je niet of in mindere mate in buitenlandse ondernemingen aantreft? Of zijn Nederlandse bedrijven teveel gericht op het buitenland om nog bijzonder te zijn? Volgens Martine Hafkamp, algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer, zijn onze grote ondernemingen zo sterk met het buitenland verweven dat de AEX-index van grootste Nederlandse aandelen de buitenlandse indices tegenwoordig op de voet volgt, en omgekeerd.

Waar komt die verwevenheid vandaan?
“Door de globalisering opereren grote beursgenoteerde bedrijven in veel meer landen dan waar hun hoofdkantoor is gevestigd. Specifiek Nederlandse bedrijven zijn vooral te vinden onder de lokale fondsen. Er zijn uiteraard uitzonderingen, denk bijvoorbeeld aan KPN. Dat bedrijf is niet specifiek Nederlands, maar opereert wel in Nederland, net als bijvoorbeeld de banken en verzekeraars die in de AEX zijn opgenomen. Buitenlandse soortgenoten doen in hun land hetzelfde. Nederlandse bedrijven als ASML, Shell, Ahold, Prosus, Randstad, Unilever en Wolters Kluwer realiseren allemaal een groot deel van hun omzet in het buitenland. Er is eigenlijk niets specifieks Nederlands meer aan, ook niet aan hun activiteiten.”
Belegt Fintessa bewust in Nederlandse bedrijven?
“Wij beleggen voor onze cliënten in kansrijke aandelen met een gezonde verhouding tussen risico en rendement, niet in bedrijven speciaal omdat ze Nederlands zijn. We beleggen in ASML, Prosus, KPN, Arcelor Mittal, Shell, Randstad en Ahold om hun kwaliteiten en groeivooruitzichten. Ze hebben een beursnotering op Euronext Amsterdam, maar geen van allen kun je als specifiek Nederlands beschouwen.”
Hoe zit dat met de Verenigde Staten?
“Het is al langer zo dat vooral de Verenigde Staten en Amerikaanse bedrijven veel invloed hebben op onze economie en op de Europese beurzen. Niet voor niets bestaat het gezegde: ‘als de Verenigde Staten verkouden zijn, niest Europa mee’. Daar houden we sterk rekening mee. Sterker nog, ontwikkelingen in de Verenigde Staten zijn voor ons beleid belangrijker dan ontwikkelingen in Nederland. Verkiezingen in Nederland zijn bijvoorbeeld voor de financiële markten niet belangrijk, de verkiezing van een nieuwe Amerikaanse president wel.”
Door globalisering vermindert het belang van regio’s dus in jullie beleggingskeuzes?
“Ja. Wij beleggen in de eerste plaats in economische sectoren. Binnen die sectoren spreiden we onze beleggingen wereldwijd. In energie, technologie, farmacie, nutsbedrijven, consumentenbedrijven, enzovoort. Waar een bedrijf is gevestigd is van ondergeschikt belang en zegt ook steeds minder over de nationaliteit. Ahold is bijvoorbeeld een Nederlands bedrijf, maar realiseert ruim 60 procent van zijn omzet in de Verenigde Staten. Prosus en Arcelor Mittal zijn juist buitenlandse bedrijven met een hoofdkantoor in Nederland. Daar komt bij dat bedrijven steeds vaker een beursnotering aanvragen in een ander land, vaak Londen of New York, vanwege de verhandelbaarheid van hun aandelen. Zo is NXP een Nederlands bedrijf dat genoteerd is in de Verenigde Staten. Vooral in de technologiesector komt dit voor. Geopolitieke ontwikkelingen, nationale veiligheid en importheffingen lijken deze ontwikkelingen weer een beetje terug te draaien. Waarschijnlijk zullen bedrijven met een sterk nationaal belang wat betreft de veiligheid zich weer steeds meer op het eigen land gaan concentreren. Chips, cruciale technologie en grondstoffen zijn daar duidelijke voorbeelden van. Deze de–globalisering heeft weer tot gevolg dat producten duurder worden en de inflatie dus gaat stijgen. Daar zullen consumenten niet erg blij mee zijn.”
Zullen de Verenigde Staten nog lang dominant blijven?
“De Verenigde Staten zijn momenteel nog erg dominant. Ze maken zo’n driekwart van de MSCI World-index uit. Vooral in de technologiesector is het niet handig om een aantal van de Amerikaanse Big Tech-bedrijven links te laten liggen. We beleggen daarom een substantieel gedeelte van de portefeuilles van onze cliënten in de Verenigde Staten. Echter niet meer dan noodzakelijk is:alleen zolang er geen goed Europees alternatief is voor een Amerikaans bedrijf (Microsoft, Alphabet, Nvidia).Wanneer er goede Europese alternatieven zijn, zien we geen noodzaak om voor een Amerikaanse evenknie te kiezen. China kan in de toekomst belangrijker worden, zeker op technologisch gebied.”
Wat is jullie belangrijkste leidraad voor beleggingskeuzes?
“Spreiding, spreiding en nog eens spreiding. Spreiding over zoveel mogelijk verschillende sectoren. Per sector selecteren we de beste of meest kansrijke aandelen, wereldwijd.”
Houden jullie ook rekening met mogelijke klimaatontwikkelingen of oorlog?
“Die eventualiteiten nemen we indirect mee in onze beleggingsbeslissingen, al zullen de economische vooruitzichten van een bedrijf altijd leidend zijn. In het verleden hebben we belegd in Oersted (windmolens) en Albemarle (lithium). We zitten nu in Veolia (water en afvalverwerking). Op het gebied van oorlog en defensiebeleggen we niet in wapenfabrikanten, maar wel in bedrijven die er zijdelings mee van doen hebben. Voorbeelden zijn Rolls Royce (vliegtuigmotoren en onderzeeërs) en Arcelor Mittal (staal).”
Speelt maatschappelijke betrokkenheid ook een rol?
“Het is niet leidend, maarwe hebben wel onze normen en waarden.Wanneer een bedrijf maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt is dat een pluspunt bij onzebeleggingsbeoordeling.”
Meer informatie vind je op www.fintessa.nl


