Wachttijden lopen op, artsen raken vermoeid van regels en het vinden van personeel wordt met het jaar moeilijker. Tegelijk groeit de behoefte aan snelheid, kwaliteit en patiëntgerichtheid, iets waar veel zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) in uitblinken. Ondanks hun meerwaarde, is de samenwerking met ziekenhuizen en verwijzers niet altijd optimaal.
Bij Raadgevers Kuijkhoven zien ze die spanning dagelijks. “ZBC’s vormen een belangrijk onderdeel van de oplossing,” zegt Mick Snel, financieel adviseur en specialist in de oprichting en begeleiding van behandelcentra. “Ze kunnen niet-complexe zorg sneller en efficiënter leveren. Dat is winst voor patiënt en huisarts. Alleen zolang veel ziekenhuizen ZBC’s zien als concurrenten, blijft die samenwerking ingewikkeld.”

Systeemdruk en reflexen
Niels ter Kuile, één van de coöperatieleden en partners van Raadgevers Kuijkhoven, vult aan: “Ziekenhuizen ervaren wachtlijsten als uitgestelde omzet. Dat maakt het lastig om capaciteit over te dragen aan zelfstandige centra. De angst is dat zorg ‘weglekt’. Terwijl dat juist niet zo hoeft te zijn als je het goed organiseert. Laat de administratie of declaraties via het ziekenhuis lopen en verdeel de opbrengsten. Dan houd je de patiënt in beeld, de samenwerking intact én de zorg toegankelijk.”

Volgens Snel is de weerstand deels cultureel. “De reflex in de zorg is nog steeds: liever alles in eigen huis. Maar dat werkt niet meer. De complexiteit neemt toe, de druk groeit, en patiënten wachten onnodig lang. Juist de ZBC’s kunnen die druk verlichten, mits ze samenwerken met ziekenhuizen in plaats van ernaast te opereren.”
Van idealisme naar realisme
Bij Raadgevers Kuijkhoven begeleiden ze veel artsen die dromen van zelfstandigheid. Niet zelden uit frustratie over bureaucratie, maar vaker nog uit overtuiging dat het beter kan. “De drijfveer is zelden financieel,” aldus Snel. “Artsen willen vooral snellere, patiëntgerichte zorg bieden. Toch kom je in dit veld ook cowboys tegen: ondernemers die vooral op een nieuwe inkomstenstroom azen. Daar doen wij niet aan mee. Een ZBC oprichten doe je omdat je de zorg wilt verbeteren, niet om de winst te maximaliseren.”
Dat onderscheid raakt aan het credo van het kantoor: realisme boven idealisme. “Een ZBC runnen is prachtig, maar ook intensief,” zegt ter Kuile. “Artsen onderschatten vaak wat erbij komt kijken. Je bent ineens werkgever, hebt personeel, verzuim, contracten, cao’s, aansprakelijkheid. Dat vraagt ondernemerschap én tijd. Een medisch specialist die vier dagen per week in het ziekenhuis werkt, moet zich afvragen waar die extra uren vandaan komen. Dat is geen romantisch bijproject; het is echt een bedrijf.”
De rol van de adviseur
Raadgevers Kuijkhoven ziet zichzelf in eerste instantie niet als financieel dienstverlener, maar als strategisch partner. “We beginnen met het goede gesprek,” legt Snel uit. “Wat is het doel? Wat wil de vakgroep bereiken? Hoeveel tijd, geld en energie zijn ze bereid te investeren? Soms is het antwoord: ‘we doen het niet’. En dat is ook goed. Dan heb je in elk geval een realistische keuze gemaakt.”
Als de plannen wel doorgaan, helpen ze met de uitwerking: ondernemingsplan, structuur, financiering, contractering met het ziekenhuis. “We werken vaak in fasen,” verduidelijkt ter Kuile. “Eerst haalbaarheid, dan inrichting. En altijd in overleg met het ziekenhuis, want anders creëer je onbedoeld concurrentie in plaats van samenwerking.”
Samenwerking die werkt
Voorbeelden van succesvolle samenwerking ziet hij gelukkig steeds vaker. “Er zijn ziekenhuizen die juist meedenken,” zegt Snel. “Ze zien dat de zorg buiten hun muren kan groeien zonder dat ze de regie verliezen. Soms nemen ze zelfs een belang in een ZBC, bijvoorbeeld 20 of 25 procent. Dan deel je niet alleen de risico’s, maar ook de verantwoordelijkheid. Dat is echt win-win: het ziekenhuis brengt kennis en middelen in, de specialisten brengen slagkracht en snelheid.”
Ook huisartsen spelen daarin een sleutelrol. “Verwijzers moeten weten dat je er bent en waar je voor staat,” gaat Snel verder. “De succesvolle ZBC’s zijn de centra die letterlijk bij huisartsen langsgaan, uitleggen wat ze doen en waarom het werkt. Dat persoonlijke contact blijft cruciaal.”
Gelijkwaardigheid in de keten
Het ideaalbeeld van Raadgevers Kuijkhoven is een zorglandschap waarin ziekenhuizen, huisartsen en zelfstandige centra elkaars kracht benutten. “Huisartsen zitten onder enorme druk,” zegt ter Kuile. “Ze moeten signaleren, verwijzen, administreren. En dat vaak met te weinig tijd en capaciteit. Als we die druk willen verlichten, moeten we de eerste en tweede lijn slimmer verbinden. ZBC’s kunnen daarbij een schakel zijn, mits ze goed ingebed zijn in de keten.”
Volgens hem ligt daar ook een taak voor verzekeraars. “Zij kunnen samenwerking stimuleren door ruimte te bieden voor nieuwe initiatieven of door startende huisartsen en specialisten te helpen met financiering van nulpraktijken en regionale centra. Er is meer mogelijk dan men denkt; het probleem is dat partijen elkaar vaak gewoon niet weten te vinden.”
Risico’s durven nemen
Eén van de grootste obstakels blijft volgens Raadgevers Kuijkhoven de ‘risico-aversie’ in de zorg. “Artsen zijn getraind om risico’s uit te sluiten,” zegt Snel. “Dat maakt ze goede dokters, maar soms voorzichtige ondernemers. Een ZBC vraagt juist lef: durven investeren, durven samenwerken, durven loslaten. Maar als je dat doet, ontstaat er iets moois: meer ruimte voor zorg, minder bureaucratie en betere toegankelijkheid voor de patiënt.”
“Informeer je goed,” besluit ter Kuile. “Wees eerlijk over wat het kost in tijd, energie en balans met je gezin. Een ZBC oprichten doe je niet morgen, maar overmorgen, als je weet waar je aan begint. Dat is realisme. En vanuit dat realisme kun je idealen waarmaken.”
Meer informatie vind je op www.raadgevers.nl


