Obesitas is zeker niet altijd een kwestie van simpelweg ‘te veel eten en te weinig bewegen’. Het is een complexe, chronische ziekte waarin biologie, gedrag en omgeving elkaar beïnvloeden, benadrukt prof. dr. Gijs Goossens van Maastricht University. Als hoogleraar Cardiometabole Fysiologie van Obesitas doet hij al twintig jaar onderzoek naar de metabole verstoringen bij mensen met obesitas en de relatie met type 2 diabetes en hart- en vaatziekten. Zijn boodschap aan huisartsen en verwijzers: “Zie obesitas als een chronische ziekte waarin in samenspraak met de patiënt naar een aanpak op maat wordt gezocht. Alleen het advies geven om gezonder te leven gaat het probleem niet oplossen.”
Vetverdeling en vetweefseldisfunctie
Huisartsen zien dagelijks patiënten met overgewicht of obesitas. Maar achter die extra kilo’s schuilt vaak een complex metabool probleem. “Bij gewichtstoename worden bestaande vetcellen groter en raken overvol. Hierdoor zijn ze steeds minder goed in staat om extra calorieën op te slaan en de vetten tijdelijk te bufferen. Het gevolg is dat vetten in hogere concentraties langdurig in de bloedbaan blijven circuleren en zich ophopen in organen zoals de lever, spieren en het hart. Dat leidt tot insulineresistentie, leververvetting en cardiovasculaire schade,” legt Goossens uit.
Niet de hoeveelheid vet, maar juist de vetverdeling en functie van het vetweefsel zijn doorslaggevend. Vet dat zich rond de buik ophoopt, verstoort de stofwisseling en draagt bij aan laaggradige ontsteking, verhoogt daarmee het risico op chronische ziekten zoals type 2 diabetes en hart- en vaatziekten. “Een eenvoudige meting van de buikomvang geeft vaak een beter beeld dan de BMI alleen”, aldus Goossens.
Complexe ziekte, hardnekkig stigma
Obesitas ontstaat zelden door één enkele oorzaak. Biologische, psychologische en sociaal-economische factoren grijpen in elkaar en versterken elkaar. Een alleenstaande ouder met financiële stress in ongezonde leefomgeving heeft nu eenmaal een andere uitgangspositie dan iemand met meer middelen die goed in zijn/haar vel zit en woont in een gezondere leefomgeving. Toch heerst het beeld van ‘eigen schuld, dikke bult’ nog steeds, ook in de spreekkamer.
Goossens: “Zorgprofessionals zijn de afgelopen jaren steeds beter gaan begrijpen dat obesitas een complexe chronische ziekte is, maar er wordt nog te vaak alleen het advies gegeven: ‘meer bewegen, minder eten’. Daarmee negeer je de onderliggende problematiek. Het is belangrijk om biologische, psychologische, sociale en omgevingsfactoren systematisch in kaart te brengen. Zo krijg je een completer beeld van mogelijke onderliggende oorzaken en kun je een patiënt gerichter helpen.”
Nieuwe medicatie: effectief, maar niet de heilige graal
De komst van GLP-1 receptor en duale GLP-1/GIP-agonisten, zoals semaglutide en tirzepatide, heeft de behandelopties voor mensen met obesitas en gerelateerde complicaties sterk uitgebreid. Voor het eerst komt medicatie qua effectiviteit ten aanzien van gewichtsverlies en gezondheidswinst meer in de buurt van uitkomsten na metabole/bariatrische chirurgie. Toch is dit geen reden om leefstijlinterventie of chirurgie naar de achtergrond te laten verdwijnen. De recente Europese EASO-richtlijn plaatst deze middelen nadrukkelijk binnen een geïntegreerde aanpak, terwijl de Nederlandse NHG-standaard voorzichtiger is vanwege vergoeding, lange–termijn uitkomsten en schaarste.
De kern is volgens Goossens duidelijk: “Farmacotherapie kan alleen tot langdurige gezondheidswinst leiden indien dit wordt ingebed in een breder behandelplan, met aandacht voor leefstijl, intensieve begeleiding en oog voor aanwezige gezondheidscomplicaties. Zonder structurele gedragsverandering, indien er sprake is van een ongezonde leefstijl, neemt het gewicht weer toe zodra de medicatie wordt gestaakt.
Verantwoord gebruik en toegankelijkheid
Wat Goossens zorgen baart, is het toenemende gebruik van obesitasmedicatie zonder indicatie. “Sommige mensen bestellen deze middelen online. Dat is gevaarlijk: je weet niet wat je krijgt, zonder medische begeleiding kun je serieuze bijwerkingen krijgen en die te laat signaleren. Deze medicatie is absoluut niet bedoeld voor mensen die een paar kilo willen afvallen voor cosmetische doelen. ” Hij pleit voor heldere vergoedingscriteria: “Maak de middelen alleen beschikbaar voor de juiste doelgroep. Mensen met obesitas en ernstige gezondheidscomplicaties.”
Bariatrische chirurgie blijft waardevol
Hoewel de kloof kleiner wordt, blijft chirurgie op de lange termijn vooralsnog het effectiefst. “Een gastric bypass of sleeve levert gemiddeld het grootste en meest duurzame gewichtsverlies en de meeste gezondheidswinst op. Voor patiënten met een hoog BMI en ernstige complicaties blijft dat een optie.” Goossens pleit voor nauwere samenwerking tussen zorgprofessionals, zo ook tussen eerste lijn en bariatrische centra. “Huisartsen zijn de poortwachters: zij kunnen signaleren wanneer leefstijl en/of medicatie niet toereikend zijn en in sommige gevallen verwijzen naar een gespecialiseerd team.”
Samenwerking en regie in de eerste lijn
De moderne obesitaszorg vraagt om nauwe samenwerking tussen disciplines. Leefstijl, medicatie en chirurgie moeten elkaar aanvullen in plaats van vervangen. Huisartsen kunnen daarbij niet alles zelf doen, maar wel de regie houden door samen te werken met diëtisten, psychologen, fysiotherapeuten en maatschappelijk werkers. In Maastricht loopt al een initiatief met een vitaliteitsloket, waar patiënten direct worden doorverwezen voor leefstijl- en psychosociale begeleiding. Zulke integrale structuren laten volgens Goossens zien hoe persoonsgerichte obesitaszorg er in de toekomst uit kan zien.
Van preventie tot praktijk
Preventie blijft de basis, benadrukt hij. “We moeten kinderen al vroeg een gezonde start geven.” In Zuid-Limburg loopt bijvoorbeeld het project De Gezonde Basisschool van de Toekomst, waar leerlingen gezond lunchen en meer bewegen. “Dat blijkt niet alleen een positief effect te hebben op de buikomvang, maar ook schoolprestaties en welzijn nemen toe.”
Ook bij volwassenen is langdurige begeleiding essentieel. “Een gezonde leefstijl is geen tijdelijk traject van een jaar; het moet structureel ingebed worden in de zorg.”
Toekomst: naar maatwerk
“Gewichtsverlies op zich is niet meer de grootste uitdaging,” zegt Goossens tot besluit. “De vraag is: hoe behoud je het verloren gewicht en, nog belangrijker, de behaalde gezondheidswinst?” Waarom lukt het de één wél om op gewicht te blijven en de ander niet? “Daar moeten we de komende jaren veel meer over leren.” Zijn stip op de horizon is duidelijk: gepersonaliseerde obesitaszorg. “We moeten beter begrijpen waarom mensen verschillend reageren op dezelfde behandeling; dit geldt voor de effecten van leefstijlinterventie, obesitasmedicatie en bariatrische chirurgie. Pas dan kunnen we echt maatwerk leveren.”
Het grootste misverstand dat hij graag uit de wereld helpt? “Dat obesitas een kwestie van gebrek aan wilskracht en discipline is. Het is een complexe chronische ziekte, maar wél een behandelbare ziekte. Daarvoor moeten we wel meer oog hebben voor de mens achter de patiënt.”
Praktische handvatten voor de spreekkamer
- Kijk verder dan het gewicht en de BMI. Meet de buikomvang standaard op in de anamnese.
- Verken mogelijke oorzaken van obesitas. Gebruik tools als www.checkoorzakenovergewicht.nl om onder andere biologische, psychologische en sociale factoren in kaart te brengen.
- Een gezonde leefstijl is de hoeksteen in de preventie en behandeling van obesitas, maar combineer indien nodig interventies om obesitas te behandelen. Denk niet in ‘óf leefstijl, óf medicatie, óf chirurgie’.
- Stop met stigmatisering van mensen met obesitas, want dit gaat gepaard met veel verborgen leed. Betrek de patiënt actief in het behandelplan.
- Zorg voor intensieve begeleiding en follow-up, ook nadat gewichtsverlies is bereikt.


