De ontregelde hersenen achter obesitas

Onderzoek toont aan dat obesitas een chronische ziekte is waarbij de eetlustregulatie door de hersenen hardnekkig ontregeld is. De komst van gewichtsreducerende medicatie biedt nieuwe mogelijkheden voor behandeling. Endocrinoloog en onderzoeker Mireille Serlie en internist-vasculair geneeskundige Thomas van Sloten pleiten voor zorg op maat. Van Sloten: “Vroege interventie kan cardiovasculaire comorbiditeiten voorkomen.”

Door Michiel Hordijk 

 

 

 

 

Chronische ziekte

Recent vatte de World Health Organisation (WHO) de laatste stand van zaken rond obesitas samen1. In haar rapport omschrijft de organisatie obesitas als een chronische, terugkerende ziekte die levenslange zorg vereist. “Dit klopt helemaal”, aldus dr. Mireille Serlie. “We moeten hier helder in zijn. Obesitas is een ziekte en een ziekte behoeft doorgaans behandeling.” Serlie is als hoogleraar Inwendige geneeskunde, in het bijzonder voeding en energiemetabolisme, aan Amsterdam UMC verbonden. Als onderzoeker richt ze zich onder meer op de pathofysiologische mechanismen van obesitas.  

 

Ontregelde hersenen   

De regulatie van de eetlust is erg complex”, aldus Serlie. “Het is een samenspel van caloriebehoefte, motivatie en cognitieve aspecten. Mijn onderzoeksgroep heeft vastgesteld dat het hersengebied dat de motivatie om te eten reguleert, bij mensen met obesitas anders functioneert. Er is sprake van een vanuit de hersenen gedreven preoccupatie met eten en een gestoorde feedback tussen caloriebehoefte en eetgedrag.” Volgens Serliezorgt dit ervoor dat veel mensen met obesitas de hele dag met eetgedachten in hun hoofd bezig zijn. “Wanneer medicatie deze drang onderdrukt, geven mensen aan dat ze eindelijk weer ruimte in hun hoofd hebben voor andere gedachten dan eten.”  

 

Uitvergroot effect    

Voorheen vormden bariatrische chirurgie en leefstijlinterventie de hoekstenen van obesitasbehandeling. Sinds enkele jaren zijn daar de GLP-1receptoragonisten en GIP/GLP-1-receptoragonisten bijgekomen. De precieze werking van deze medicijnen is volgens Serlie nog onduidelijk.Deze medicijnen zijn zo gemaakt dat ze in stabiele vorm in de bloedbaan terecht komen, in een hogere concentratie dan normaal. Normaal is er alleen een kortdurend piekje in de bloedbaan, na een maaltijd. Dat kleine effect vergroot je met deze medicatie enorm uit.” Het is vrij zeker dat het effect van de middelen op eetgedrag en lichaamsgewicht via de hersenen loopt. Op welke locatie en op welke wijze dat gebeurt, is echter nog onvoldoende bekend. “Er zijn twee plaatsen met een goed doorgankelijke bloedhersenbarrière”, aldus Serlie Dat zijn gebieden in dehypothalamus en in de hersenstam. Er is wetenschappelijk bewijs dat de medicijnen daar primair ingrijpen. Waarschijnlijk beïnvloeden ze vanuit hier via neurale netwerken vervolgens ook andereeetlustregulatiegebieden in de hersenen.” 

 

Cardiovasculaire bescherming  

Behandeling van obesitas is niet alleen een cosmetische kwestie. Het is vooral van belang om gewichtsgerelateerde comorbiditeiten te voorkomen, zoals diabetes mellitus type 2 (DM2), slaapapneu, leververvetting en cardiovasculaire aandoeningen. Wat betreft de laatste comorbiditeiten toont onderzoek naar de nieuwe medicatie veelbelovende resultaten. Uit de SELECT-studie bleek bijvoorbeeld dat de behandeling van mensen met obesitas en een bestaande cardiovasculaire aandoening (maar zonder DM2) met een selectieve GLP-1 receptoragonist leidt tot minder cardiovasculaire events ten opzichte van placebo2. Resultaten van de SURPASS CVOT-studie tonen aan dat ook tirzepatide (een GIP/GLP-1 receptoragonist) cardiovasculaire bescherming geeft3 Dit onderzoek werd verricht bij mensen met DM2 en een BMI van 25 kg/m2 of hoger en een bestaande cardiovasculaire aandoening.  

 

 

 

 

Verstandig inzetten         

 “Het starten van deze medicatie bij mensen met DM2 en obesitas kan heel bevredigend zijn”, aldus dr. Thomas van Sloten, als internist-vasculaire geneeskundige verbonden aan het UMC Utrecht.Vaak kan je daarna met andere glucoseverlagende medicatie stoppen.” Volgens Van Sloten is de laatste jaren steeds duidelijker geworden dat obesitas een aandrijver is van een breed spectrum van cardiovasculaire aandoeningen. “Zaken als hartfalen en atriumfibrilleren komen steeds meer in beeld als gevolgen van obesitas.” Van Sloten ziet echter ook nog uitdagingen bij het inzetten van de nieuwe medicatie: “De middelen zijn erg duur, dus we moeten ze verstandig inzetten. Daarnaast blijft het belangrijk om de leefstijl te optimaliseren.”  

 

Langetermijnbehandeling         

Voorlopig geldt voor alle behandelingen dat overgewicht in de overgrote meerderheid van de gevallen weer terugkomt, nadat de behandeling is gestaakt. Serlie: Eerstelijnsbehandelingen in de vorm vanleefstijlaanpassingen, diëten en bewegen, werken zolang mensen het kunnen volhouden. In de praktijk zie je dat bij ongeveer tachtig procent binnen drie tot vijf jaar al het verloren gewicht weer terug is, na staken van leefstijlaanpassingen.” Ook na het staken van obesitasmedicijnen, treedt vaak snel weer gewichtstoename op, gemiddeld sneller dan na staking van gedragsprogramma’s.4 Volgens Serlie sluiten deze resultaten aan bij het beeld van chronisch ontregelde eetlustregulatie door de hersenen, in combinatie met het niet volhouden van overige leefstijlveranderingen: “Afvallen zorgt er op de korte termijn niet voor dat het ‘motivatiegebied’ in de hersenen mee verandert. De drive om te eten blijft bestaan. Of dit op langere termijn wel verandert, en wat daar de mechanismen van zijn, weten we nog niet.

 

Raamwerk         

In het eerder genoemde WHO-rapport staat onder meer dat GLP-1 receptoragonisten of GIP/GLP-1 receptoragonisten gebruikt kunnen worden als langetermijnbehandeling voor volwassenen met obesitas. De European Association for the Study of Obesity (EASO) publiceerde een half jaar geleden een raamwerk, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen patiënten met obesitas zonder complicaties en patiënten met gewichtsgerelateerde complicaties.5 In het eerste geval gaat de voorkeur voor de farmacologische behandeling uit naar tirzepatide, gevolgd door semaglutide. In het tweede geval spreekt de EASO een voorkeur uit voor tirzepatide of semaglutide, afhankelijk van de complicatie(s) die het betreft 

 

Zorg op maat          

“Het doel van obesitasbehandeling is het verbeteren van de gezondheid door zowel risico’s te verminderen, als obesitas-gerelateerde aandoeningen te behandelen via aanpak van de onderliggende obesitas zelf”, aldus Serlie. “Dat uitgangspunt zou leidend moeten zijn bij de behandelkeuze. Zo kan iemand met een BMI van 29 kg/m² en een duidelijk vergrote buikomvang, meer baat hebben bij medicamenteuze therapie dan iemand met een BMI van 35 kg/m² zonder centrale vetophoping.” Serlie pleit voor een behandeling op maat, die niet primair alleen gebaseerd is op de BMI-waarde: “Dat maakt vergoedingsregels voor deze medicijnen lastig.”  

 

Van Sloten wijst hiernaast ook op de rol van de samenleving: “We moeten obesitas niet alleen in de spreekkamer bespreken. Patiënten lopen na een consult naar buiten en komen meteen een snackbar tegen. Als samenleving helpen we mensen niet door overconsumptie aan te moedigen en activiteit te ontmoedigen. Er zijn tegenwoordig zelfs apps om de thermostaat lager te zetten of de verlichting aan te doen vanaf de bank.Alles is gericht op zo weinig mogelijk bewegen.” Invoering van een ‘suikertaks’ kan dan ook op bijval van Van Sloten rekenen: “In het buitenland zijn hier positieve ervaringen mee. Het is een stapje in de goede richting.”  

 

Dit interview is onafhankelijk en op journalistieke basis tot stand gekomen.

 

Referenties: 

  1. Celletti F, et al. World Health Organization Guideline on the Use and Indications of Glucagon-Like Peptide-1 Therapies for the Treatment of Obesity in Adults. JAMA 2026 Feb 3;335(5):434-438.   
  1. Lincoff AM, et al. Semaglutide and Cardiovascular Outcomes in Obesity without Diabetes. N Engl J Med. 2023 Dec 14;389(24):2221-2232 
  1. Nicholls SJ, et al. Cardiovascular Outcomes with Tirzepatide versus Dulaglutide in Type 2 Diabetes. N Engl J Med. 2025 Dec 18;393(24):2409-2420.  
  1. West S, et al. Weight regain after cessation of medication for weight management: systematic review and meta-analysis. BMJ. 2026 Jan 7:392:e085304.    
  1. McGowan B, et al. Framework for the pharmacological treatment of obesity and its complications from the European Association for the Study of Obesity (EASO). Nat Med. 2025 Oct;31(10):3229-3232.   

 

Leuk artikel?

Share on Facebook
Share on Twitter
Share on Linkdin
Share on Pinterest

Laat een reactie achter

Gerelateerde Artikelen

Ontvang het laatste nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

En mis nooit meer een artikel.