Wat als je kind niet wilt eten? - ARFID

In Nederland heeft circa 25% van de kinderen problemen met eten. Voor het overgrote deel is dat geen reden tot paniek en gaat het geleidelijk aan weer over, maar bij zo’n 3% – 5% vormt dit een blijvend probleem en ontwikkelt zich een stoornis. Bij diegenen die voedsel gaan vermijden of slechts een paar producten eten en waar er sprake is van negatieve gevolgen voor de gezondheid en het sociale leven spreken we van Avoidant Restrictive Food Intake Disorder, kortweg ARFID. In goed Nederlands staat dit voor: Vermijdende/Restrictieve Voedselinname Stoornis. Professionele hulp is dan gewenst en gelukkig ook beschikbaar. 


Verschillende oorzaken 

“De oorzaken zijn niet terug te voeren op matige kookkwaliteiten of een opvoedkundige tekortkoming van ouders, maar liggen dieper,” vertelt Eric Dumont, hoofd behandeling van SeysCentra, specialistisch centrum voor de behandeling van ARFID. Voorbeelden zijn: het ontbreken van een hongergevoel, waarbij er geen gevoel van trek of verzadiging wordt ervaren, of er juist een te snel gevoel van verzadiging is. Een negatieve ervaring, zoals reflux in de babytijd, te vergelijken met telkens oprispingen van maagzuur na het eten, of een ernstige verslikking met een ziekenhuisopname kunnen een angst voor eten opleveren. Een, wat de deskundigen noemen ‘sensorische gevoeligheid’, waarbij kinderen zich geen raad weten met de prikkels in de mond. Soep (vloeibaar) met groenten (vast), moet ik dat kauwen of slikken? Maar ook het fysiek problemen hebben met slikken komt met regelmaat voor. Bibi Huskens, autisme-expert en directeur bij SeysCentra: “Bij autisme komen eetproblemen, waaronder ARFID, ook veel voor. Mensen met autisme zijn vaak sensorisch gevoelig en hebben een grote behoefte aan rituelen en routines. Dit uit zich dan in het eten van slechts een paar producten. Er treedt weerstand op tegen bijvoorbeeld kleur in het eten. Rijst en pasta zijn dan prima, maar niet met een andere kleur saus of groenten.” 

Deze voorbeelden geven al aan dat ARFID een eetstoornis is die grote gevolgen heeft en waar je eigenlijk nooit bij stilstaat. Het is echter een serieuze eetstoornis die vraagt om een even serieuze aanpak.  

Hulp is beschikbaar 

In Nederland worden deze eetstoornissen onderkent en onderzocht. Aan de Universiteit van Maastricht is sinds 2018 een voor Europa unieke leerstoel ‘Voedings- en eetstoornissen’. Deze leerstoel is het initiatief van SeysCentra, en veel onderzoek vindt plaats in nauwe samenwerking met het behandelcentrum. SeysCentra is, zoals zij het zelf noemen, een ‘last resort’ voor kinderen en jongeren met ARFID of onzindelijkheid. Zij bieden verschillende programma’s om kinderen en jongeren te helpen bij deze eetproblemen. Hierin worden grofweg drie doelgroepen onderscheiden:  

  • Peuters/kleuters (2-6 jaar) 
  • Jonge kinderen (6-12 jaar) 
  • Jongeren (12- 18 jaar) 

Problemen met zindelijkheid lijkt in deze context wellicht een vreemde combinatie, maar praktijk leert dat het één vaak samenhangt met het ander. 

De behandeling 

SeysCentra gaat in haar aanpak uit van een multidisciplinaire inzet, waarbij per geval wordt onderzocht welke kennis er nodig is om het persoonlijke eetprobleem te kunnen behandelen. Na een grondige analyse wordt een team van professionals samengesteld dat op alle noodzakelijke vlakken de juiste aandacht kan bieden. De SeysCentra vestigingen in Utrecht, Maastricht, Zwijndrecht en Malden (hoofdlocatie) werken hierbij nauw samen met de medisch- en klinisch specialisten van de universitaire ziekenhuizen in onder andere Maastricht en Utrecht Een behandeling is intensief en vraagt tijd en aandacht van ouders en kinderen. Per week zijn er 5 behandeldagen, met 4 sessies van een half uur per dag. Bij de vestiging in Malden kunnen ouders, indien nodig voor de behandeling, tijdelijk verblijven (tot 14 dagen) in een ouderhuis. Hierdoor wordt reizen tot een minimum beperkt en de ouders kunnen hun kinderen bijstaan. Voorafgaand aan de behandeling wordt een inschatting gemaakt van wat haalbaar is en wat men wil bereiken. Dit is van belang voor een evaluatie na afloop.    

SeysCentra gaat in haar aanpak uit van een multidisciplinaire inzet, waarbij per geval wordt onderzocht welke kennis er nodig is om het persoonlijke eetprobleem te kunnen behandelen.

De totale behandelduur is afhankelijk van o.a. de leeftijd van de kinderen. Op jonge leeftijd verloopt de behandeling in kleine stapjes en rekent men circa 9 maanden. Kinderen worden opgevangen in een groepje en worden op een natuurlijke manier in therapie genomen. Naarmate kinderen wat ouder zijn, wordt een meer cognitieve aanpak gehanteerd die gemiddeld 6 maanden duurt. Bij pubers is een traject van 4 – 6 weken voldoende. Het betreft dagbehandelingen die op een van de vier locaties worden gegeven. Tijdens dit hele traject wordt alles in het werk gesteld om schoolverplichtingen zoveel mogelijk normaal in te vullen. Er is tijd voor huiswerk en er is ondersteuning waar nodig.  

Na de dagbehandeling bij SeysCentra is er een ambulant natraject, veelal online. Ouders krijgen bovendien voorlichting en informatie over hoe zij eventuele terugval kunnen herkennen en wat zij er vervolgens aan kunnen doen.  

Het werkt 

Cijfers laten zien dat de behandelingen succesvol zijn. SeysCentra heeft een slagingspercentage van 90% en veelal is de ARFID eetstoornis in remissie ( geen actieve klachten of symptomen). Na behandeling eet 90% van de kinderen gevarieerd en vergelijkbaar met hun leeftijdsgenoten. 

 

Meer weten over de behandeling van ARFID? Kijk op de website: www.seyscentra.nl 

No responses yet

Categories:

Categories:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

BLIJF OP DE HOOGTE
CLIQUE MEDIA
You may unsubscribe anytime you want by following the unsubscribe link from our newsletter.
Blijf op de hoogte