Hoe e-health het artsenvak in rap tempo verandert
e-health

Er is geen ontkomen aan: e-health zal het artsenvak onherroepelijk veranderen. De moderne arts krijgt teledata binnen via een app, beeldbelt met patiënten en stuurt linkjes om zaken nader uit te leggen. Tijdens de coronapandemie explodeerde het gebruik van e-health en deze ontwikkeling zal voorlopig niet stoppen. Een toekomstschets aan de hand van recente cijfers en ervaringsdeskundigen.

Door de coronapandemie werden veel artsen min of meer gedwongen om intensiever gebruik te maken van e-health. Uit onderzoek van het Nivel bleek dat driekwart van de huisartsen in april 2020 meer e-health-toepassingen is gaan gebruiken, waarbij de allergrootste stijger het beeldbellen was. Onder medisch specialisten was hetzelfde beeld te zien. Uit een peiling van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) bleek dat 90 procent van de medisch specialisten tijdens de covid-19 crisis meer digitale zorg heeft geleverd.

Het juiste moment

Jiska Snoeck-Stroband is huisarts en voorzitter van de COPD & Astma Huisartsen Advies Groep (CAHAG). Volgens Snoeck is het nu de ideale tijd om e-health verder te implementeren. “Het afgelopen jaar zijn veel patiënten vanwege de pandemie zelf aan de slag gegaan met e-healthprogramma’s, apps of slimme inhalators. Ik zie veel zestigers en zeventigers die apparaatjes aanschaffen en vervolgens aan mij vragen hoe ze die nog beter kunnen gebruiken. Tegelijkertijd worden digitale huisartsendossiers momenteel in rap tempo ontsloten vanwege OPEN, het versnellingsprogramma voor het delen van medische gegevens. Alle patiënten krijgen toegang tot hun digitale dossier en e-health kan mooi op die ontwikkeling meeliften.”

Minder exacerbaties

Niels Chavannes is huisarts en hoogleraar huisartsgeneeskunde aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Ook is hij hoofd onderzoek en oprichter van het NeLL. Chavannes doet onder meer onderzoek naar telemonitoring applicaties. Dat zijn digitale toepassingen waarmee op afstand de gezondheid van de patiënt wordt gemeten, iets wat tijdens de pandemie meer door artsen werd ingezet. Chavannes voerde onderzoek uit naar de effectiviteit van de applicatie ‘EmmaCOPD’, een programma dat bij COPD-patiënten onder meer de fysieke activiteit meet.

“Ons onderzoek toonde aan dat COPD-patiënten dankzij het programma minder ernstige exacerbaties hadden en dat het aantal ziekenhuisopnamedagen door exacerbaties dankzij het programma verminderde,” aldus Chavannes. Deze bevinding was een beter resultaat dan een eerdere studie waar Chavannes aan meewerkte opleverde. “We kwamen erachter dat we voor deze patiënten een sensitiever meetinstrument nodig hebben,” aldus Chavannes. “Dat is een algemene les: e-health is vaak een kwestie van finetunen.”

Vijfenzestig miljoen bezoekers

Hoewel de coronapandemie het gebruik van e-health een boost gaf, werden digitale applicaties voor de pandemie natuurlijk ook al veelvuldig gebruikt. Uit de ‘eHealth Monitor 2019’, een onderzoek van het Nivel en Nictiz, bleek bijvoorbeeld dat 34 procent van de medisch specialisten in 2019 vond dat apps en websites “vrij goed” bij kunnen dragen aan het verkrijgen van meer informatie voor patiënten over de eigen gezondheid. Een website die dit goed illustreert is ‘thuisarts.nl’. Deze site wordt gemaakt door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en biedt uitgebreide informatie over ziekte en gezondheid, op basis van wetenschappelijke richtlijnen. “ Vorig jaar had ‘thuisarts.nl’ vijfenzestig miljoen unieke bezoekers,” vertelt Chavannes. “Dat is voor Nederlandse begrippen ongelooflijk veel.”

Inleven in de doelgroep

“We moeten bij alle ontwikkelingen alleen wel oppassen dat we geen apps gaan maken voor voornamelijk hoger opgeleiden,” vertelt Chavannes. “Juist bij laagopgeleide mensen in achterstandswijken valt de meeste gezondheidswinst te boeken.” Als voorbeeld van e-health voor lager opgeleiden noemt Chavannes ‘Kijksluiter’, een platform van ongeveer 10.000 animatievideo’s waarin de belangrijkste informatie uit bijsluiters in begrijpelijke spreektaal wordt uitgelegd. “Die filmpjes zijn ideaal,” beaamt Snoeck. “In mijn spreekkamer kan ik dingen één keer uitleggen, maar een patiënt loopt naar buiten en is het weer vergeten. Met zo’n filmpje kan de patiënt het een paar keer rustig terugkijken.”

Steeds belangrijker

Hoewel er tijdens de corona-pandemie een forse stijging in het gebruik van e-health was, gaven veel huisartsen bij het Nivel-onderzoek aan dat er ook nog veel te verbeteren valt. Zo kunnen de metingen in veel gevallen nog niet direct geïntegreerd worden in het huisartseninformatiesysteem (HIS). Ook zijn de kosten en de aanschaf van de meetapparatuur nu voor de huisarts of patiënt en zou de inzet van telemonitoring volgens huisartsen vergoed moeten worden door de zorgverzekeraar. De FMS noemt als kanttekening bij e-health dat er soms technische problemen zijn en dat de patiënt wel goed bereikbaar moet zijn. Ondanks dit soort groeistuipen is e-health inmiddels niet meer weg te denken uit het medische landschap.

Voor geïnteresseerde artsen heeft het Nivel een infographic op de website met praktische aanbevelingen over het implementeren van e-health binnen de huisartsgeneeskunde. Voor medisch specialisten organiseert de FMS in november een webinar over transmurale digitale consultatie. Dit soort initiatieven tonen aan dat e-health een steeds belangrijker rol in het medische landschap inneemt.

Categories:

No responses yet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

BLIJF OP DE HOOGTE
CLIQUE MEDIA
You may unsubscribe anytime you want by following the unsubscribe link from our newsletter.
Blijf op de hoogte